Gisteren gebeurde iets wat eigenlijk zelden gebeurt. Ik was nog maar een paar minuten onderweg toen ik in mijn jaszak voelde en ontdekte dat mijn telefoon thuis op tafel lag.
Mijn eerste gedachte was om terug te lopen.
Stel dat iemand me nodig had.
Stel dat ik een belangrijk bericht miste.
Ik stond zelfs even stil om te twijfelen.
Maar uiteindelijk liep ik door.
De eerste tien minuten voelde dat ongemakkelijk. Ik merkte hoe vaak ik automatisch mijn hand naar mijn zak bracht. Niet omdat ik iets nodig had, maar uit gewoonte. Dat vond ik eerlijk gezegd best confronterend.
Na een tijdje veranderde er iets.
Ik begon weer dingen te zien die er al die tijd al waren. Een specht die hoog in een boom zat. De geur van pas gemaaid gras. De wind die de bladeren liet bewegen. Het klinkt misschien eenvoudig, maar mijn aandacht was ineens niet meer verdeeld.
Thuis vroeg ik me af waarom die wandeling zo anders voelde.
Misschien omdat mijn hoofd eindelijk even geen nieuwe informatie kreeg. Geen meldingen. Geen nieuws. Geen sociale media. Geen e-mails.
Alleen stilte.
We hebben het vaak over mindfulness alsof het iets ingewikkelds is waarvoor je moet leren mediteren. Maar gisteren besefte ik dat mindfulness soms begint met iets heel eenvoudigs: niet voortdurend bereikbaar zijn.
Dat betekent niet dat telefoons slecht zijn. Ik gebruik die van mij ook iedere dag. Maar ik denk wel dat we soms vergeten hoeveel ruimte ons hoofd krijgt als we even niets hoeven te volgen.
Sinds gisteren wil ik mezelf vaker zo’n wandeling cadeau doen. Al is het maar twintig minuten.
Niet om iets te bereiken.
Gewoon om weer te merken hoe het voelt om volledig aanwezig te zijn.
Misschien is dat ook een mooie vraag voor vandaag: wanneer was de laatste keer dat je buiten was zonder op een scherm te kijken?
Liefs,
Eva

Hoe was jou dag?